Participatieladder

Participatie kent verschillende niveaus. Om dit aan te duiden wordt gebruik gemaakt van de kennis van één van de grondleggers.  ‘In a ladder of citizin participation’ (Arnstein, 1969) worden acht niveaus van participatie benoemd.

Arsntein presenteerde een opzettelijk provocerende kijk op de relatie tussen gemeenschap en de overheid door een ladder te gebruiken als een metafoor voor het vergroten van de toegang tot beslissingsmacht. Een typologie van acht niveaus van participatie helpt in de analyse. Voor illustratieve doeleinden zijn de acht typen gerangschikt op een ladder. Elke trap komt overeen met de mate waarin burgers invloed hebben.

Acht niveaus van participatie

De participatieladder

De participatieladder

Des te hoger je de burgers plaatst op de participatieladder, des te groter de burgerkracht wordt.

De onderste treden van de ladder zijn (1) Manipulatie en (2) Therapie. Deze twee vormen van “geen-participatie” worden door sommige partijen verkeerd gebruikt. Hun echte doel is niet om mensen in staat te stellen deel te nemen aan het beleidsprogramma, maar om de deelnemers “op te voeden” of “te genezen”.

Trap 3 en 4 geven de deelnemers de mogelijkheid om een stem te hebben: (3) Informeren en (4) Overleg. Wanneer deze participatiemogelijkheden worden aangeboden, worden burgers inderdaad gehoord. Op dit niveau missen alleen de burgers het niveau om hun mening kracht bij te zetten. Het is (te) vrijblijvend.

Trap (5) bemiddeling en trap (6) Partnerschap biedt de burgers in staat om te onderhandelen en compromissen te sluiten.

Op de bovenste trappen -(7) Gedelegeerd Kracht en (8) Burgerbeheersing- krijgen de burgers de meerderheid van de besluitvormende zetels of de volledig leidinggevende macht.

Hoe passen de burgerpanels bij de participatieladder?

Aan de onderkant van de ladder van burgerparticipatie, vindt men “manipulatie” en helemaal bovenaan de ladder vindt men “burgercontrole”. Arnstein beschrijft provocerend treden, zoals ‘informatie’, ‘consultatie’ en ‘onthouding’. Er is een sterk gevoel dat de “onderste” treden van de ladder onwettig zijn. Daarnaast is er, natuurlijk, een groot grijsgebied tussen de twee uiterste waarden van de ladder. De balans tussen politiek “leiderschap” en “openheid” is volledig contextueel en verandert voortdurend

In plaats van de nadruk te leggen op macht, is de denkwijze van TIP-burgerpanels meer gebaseerd op luisteren (consulting) om beleidsprocessen te verbeteren en projectrisico’s te verminderen.

Na bij de overheid te hebben gewerkt, neem ik het standpunt in dat radicale veranderingen moeilijk te realiseren is. Alles valt en staat op steun. Met de TIP-burgerpanels zetten we in op een geleidelijke verandering  (verbetering aan de hand van tips) van de gemeenschap.

Wie wil dat nu niet?

Martijn Hulsen