Annemarie twijfelt

Soms kijk eens wel eens met enige verbazing en bewondering naar de andere leden van onze adviesraad. Zij zijn vaak zo uitgesproken. Zelfverzekerd ventileren zij hun meningen en laten zich zeker niet door de professionals in een hoek zetten. Hartstikke goed, wij zitten hier toch niet voor niets? Maar soms bekruipt mij een gevoel van twijfel. Zijn onze adviezen altijd in lijn met de mening en het belang van onze achterban? Gaan wij soms niet te gemakkelijk mee met de professionals en bestuurders?

Lang heb ik dit gevoel weggedrukt. Laat ik nu eerst maar eens kijken hoe het hier allemaal loopt, dacht ik. Ik ben pas twee jaar lid van deze adviesraad en wil niet gelijk doen alsof ik alle wijsheid in pacht heb. Totdat ik onlangs minister Bruno Bruins voor Medische Zorg & Sport op de radio hoorde. Hij vertelde dat hij zijn wetsontwerp introk dat zou leiden tot twee soorten verpleegkundigen, de regieverpleegkundigen (hbo-opgeleid) en de ‘gewone’ verpleegkundigen (mbo-opgeleid). Over dat wetsontwerp was onder de verpleegkundigen veel onrust ontstaan. De pers en de sociale media waren gemobiliseerd en acties gevoerd. De minister verdedigde zich eerst met het argument dat zijn plannen juist waren opgesteld op verzoek en in samenspraak met de vakbonden en de beroepsvereniging van verpleegkundigen. Ondanks dat draagvlak zag hij zich gedwongen zijn wetsontwerp in te trekken.

Hoe kan dat nu?, dacht ik. Blijkbaar hebben die bonden en de beroepsvereniging niet goed aangevoeld wat bij hun achterban leeft. Zou dat ook wel eens bij ons gebeuren? Wij vertegenwoordigen meer dan 10.000 cliënten en ik durf er geen vergif op in te nemen dat wij altijd precies weten dat zij denken en willen. Ik ben ervan overtuigd dat het ontzettend vaak goed gaat en, eerlijk gezegd, ben ik er reuze trots op dat ik gevraagd ben lid te zijn van deze adviesraad. Het zijn allemaal ontzettend betrokken mensen en doen hun uiterste best met goede adviezen te komen. Maar soms komen de adviezen toch meer voort uit een onderbuikgevoel, dan uit een brede en diepe kennis over onze achterban, zo moet ik eerlijk toegeven.

Ik sprak over mijn twijfels en tot mijn verrassing was ik niet de enige die hiermee worstelde. Ook de voorzitter, toch meestal iemand die gezag uitstraalt en bijna iedereen lijkt te kennen, nam mijn gevoelens serieus. Hij agendeerde de zaak en het leverende een prachtige bijeenkomst op. Wij spraken af te kijken hoe wij beter zouden kunnen peilen hoe onze achterban over bepaalde, belangrijke zaken dacht.

Onderzoek

Ik hoorde bovenstaand verhaal van, laten wij haar ter wille van de privacy Annemarie noemen, en nam contact op met de voorzitter. Ik wees hem op de relatief eenvoudige methoden om te peilen wat er echt leeft onder zijn achterban. Een onderzoeksbureau kan de achterban in kaart brengen en zorgen voor een representatief panel waaraan de adviesraad kwesties voorlegt en meningen toetst.

Zo maken wij van een onderbuikgevoel een doorwrochte, en door de achterban gedragen onderbouwde mening waardoor de adviezen nog meer gewicht krijgen. Mijn tip aan iedere adviesraad: zorg er altijd voor voeling te houden met je achterban en peil van tijd tot tijd met een gedegen onderzoek wat er allemaal leeft. Dat kan heel veel ellende voorkomen, maar vooral heel veel goeds brengen.

Bovenstaande praktijkcase is geanonimiseerd.

Martijn Hulsen, Directeur bureau Toponderzoek