Arnstein (1969) komt met zijn burgerparticipatieladder nog vaak terug in de huidige literatuur. De ladder geeft weer in welke mate burgers worden betrokken bij het besluitvormingsproces van het openbaar bestuur. Dit varieert van het verstrekken van informatie tot het meebeslissen van de burger met de betreffende organisatie.

De participatieladder ziet er als volgt uit:

De participatieladder
De participatieladder: meedenken en meepraten met Tip-panel

Bij de eerste twee treden is er geen sprake van burgerparticipatie. Deze worden dus in dit artikel niet meegenomen.

De derde trede is het informeren, waarbij de burger op de hoogte worden gehouden van de beleidsmatige ontwikkelingen. De burger kan hierdoor een mening vormen over het onderwerp. Echter biedt de overheid geen mogelijkheid voor de burger om zijn of haar mening te kunnen geven.

De vierde trede is het consulteren, waarbij de inwoners hun mening mogen geven, maar deze niet persé hoeft worden meegenomen. De vijfde trede is adviseren. Deze trede gaat iets verder dan het consulteren. De mening van de inwoners wordt prominenter meegenomen dan de vorige trede. Echter geldt ook hier weer dat de overheid het advies niet hoeft op te volgen. Hierop volgt de trede partnerschap, waarbij de burger en de overheid gelijk worden geschakeld. De trede erboven is de gedelegeerde macht. Hierbij heeft de burger op een aantal beleidsterreinen de macht om de overheid te overrulen. Tot slot bestaat er nog een achtste en hoogste trede waarbij de burger alle macht heeft en geheel autonoom beslissingen kunnen nemen.

Tip-panel oude stijl

De lokale krant is een (media)partner van Toponderzoek en zal op de trede ‘partnership’ kunnen worden geplaatst. Toponderzoek en de lokale mediapartner zijn beiden afhankelijk van elkaar. De mediapartner bedenkt het onderwerp en stuurt vragen door naar Toponderzoek.

Toponderzoek maakt deze vragen onafhankelijk en stuurt een raadpleging naar de inwoners uit. Beide partners zijn gelijk aan elkaar en zijn beiden eigenaar van het Tip-panel. Echter heeft Toponderzoek wel de macht om een onderwerp af te keuren en niet uit te sturen naar de leden van het panel. Het is dus niet geheel een zuiver partnerschap, omdat Toponderzoek met haar laatste controlecheck iets meer voor het zeggen heeft dan de lokale mediapartner.

Tip-panel nieuwe stijl

Het onderzoeksbureau profileert zich als ‘ANP-er voor onderzoek’. Toponderzoek is als onafhankelijke partner volledig eigenaar en initiatiefnemer van het gemeenschapspanel.

Verwar een gemeenschapspanel niet met een gemeentepanel. Een gemeentepanel (burgerpanel) kent één opdrachtgever (‘betaler’), namelijk de gemeente; een gemeenschapspanel kent meerdere opdrachtgevers namelijk de gemeenschap.

Naast de mediapartner kunnen gemeenten, belanghebbende partijen en particulieren vragen insturen. In dit geval is er sprake van een tijdelijk partnerschap met de duur van de voorbereiding en uitvoering van de desbetreffende raadpleging. Ook hier is er sprake van een onzuiver partnerschap, waarbij Toponderzoek het recht heeft om een onderwerp of vraag af te keuren.

De leden van het panel geven hun mening via de raadplegingen. Echter is het aan de gemeente, gemeenschap, in hoeverre ze het panel erkennen en of ze de meningen van de leden serieus nemen. Als dit wel het geval is, kunnen de meningen worden meegenomen in de discussie en zal dit tot de vierde trede behoren. Indien de gemeente, gemeenschap, niet wil meewerken met het Tip-panel is er slechts een informatieve relatie die niet verder reikt dan de derde trede.

In de praktijk verzorgt Toponderzoek diverse presentaties om de onafhankelijke resultaten op de juiste plek te laten belanden.

Bron: Arnstein, S. R. (1969). A ladder of citizen participation. Geraadpleegd van https://www.participatorymethods.org/sites/participatorymethods.org/files/Arnstein%20ladder%201969.pdf

Het artikel is tot stand gekomen met dank aan: Quinten Bredius en Bas van der Cruijsen.