Zoals reeds eerder besproken is de evaluatie tijdens een burgerparticipatie proces van cruciaal belang. Deze evaluatie moet echt binnen alle stappen van het stappenplan uitgevoerd, onderzocht en geanalyseerd worden. Dit om het succes maar zeker ook de voortgang van het proces meetbaar te maken.

Dit maakt de evaluatie van een burgerparticipatieproject bij de invoering van nieuw beleid een onlosmakelijk onderdeel van het gehele beleidsproces. Noodzakelijk ook om eventuele buigingen binnen het beleidsplan te maken, en zo de juiste koers te behouden om het uiteindelijke doel te bereiken.

evaluatie burgerparticipatie
Evaluatie van het beleid: onderzoek gestructureerd de resultaten.

Controlelijst

Wellicht is het goed om een soort controlelijst. Deze checklist geeft een beetje een stramien waarbinnen de evaluatie kan plaatsvinden, zodat beoordelingen en rapportages eenduidig worden, maar ook vergelijkbaar met elkaar zijn.

Een dergelijke lijst, kan het best gecreëerd worden met een aantal vragen die soms eenvoudig beantwoord kunnen worden, en soms dieper onderzoek behoeven, zelfs ondersteund met extern onderzoek door een onafhankelijk onderzoeksbureau.

Het betreft acht evaluatie-onderwerpen

1 – Doelstellingen van het Burgerparticipatieproces

– Wat zijn de oorspronkelijk doelstellingen?
– Zijn er doelstellingen die nog niet volledig zijn geformuleerd?
– Hoe werden de doelstellingen vastgesteld en door wie?
– Zijn doelstellingen gewijzigd? Zo ja, waarom, hoe en door wie?
– Zijn alle doelstellingen bereikt?

2 – De Inhoud en de Context

– Staat het proces op zichzelf of maakt het deel uit van een breder traject?
– Het proces, procesbeschrijving, en hoe verliep het proces?
– Waren er andere tussentijdse relevante initiatieven?
– Welke historische, geografische, politieke, demografische, economische en sociale factoren hebben effect?

3 – Betrokkenheid

– Beschrijf de diverse types van betrokkenheid.
– Beoordeel of de betrokkenheidsdoelstellingen bereikt zijn?
– Klopten de inzichten tussen betrokkenheid en doelstellingen, of dienen deze aangepast te worden.

4 – Beschrijving Methoden en Technieken

– Welke methoden en technieken werden er gebruikt?
– Wie maakte beslissingen hierover?
– Sloten deze aan bij de uiteindelijke doelstellingen?
– Wat werkte goed en wat minder goed?

5 – Betrokkenen

– Wie waren betrokken?
– Welke functie hadden deze personen of partijen?
– Was er een stakeholderanalyse, en is deze beoordeeld?
– Hoeveelheid betrokken personen?
– Analyse van het type betrokken personen (bijvoorbeeld:. per sociaaleconomische groep, onderwijsinstelling, kwalificaties, politieke voorkeur, leeftijd).

6 – Directe en Indirecte Kosten

– Zijn alle kosten in ogenschouw genomen? (bijvoorbeeld: personeelskosten, kosten van evenementen, publiciteit, onderzoekskosten, alle overige uitgaven).
– Zijn we binnen het budget gebleven?
– Wat te doen me niet-geldelijke kosten (bijvoorbeeld: deelnemers bijgedragen tijd, onbetaalde personeelstijd, trainingen, etc.)?
– Waren alle risico’s afgedekt (bijvoorbeeld: verzekeringen, reputatie, onzekerheid, stress, conflict, verlies van controle, etc.)?

7 – Input en Output

– Werden alle input en output kanalen gebruikt?
– Participatieve evenementen zoals workshops en tentoonstellingen (bijvoorbeeld: bezoekersaantallen, feedback).
– Vragenlijsten, cijfers en resultaten.
– Nieuwsbrieven en ander gedrukt materiaal.
– Interviews en resultaten.

8 – Resultaten

– Werden alle beoogde resultaten bereikt?
– Zijn de veranderingen in beleid merkbaar en aantoonbaar?
– Zijn de veranderingen in mensen merkbaar (bijvoorbeeld: nieuwe vaardigheden, meer vertrouwen, meer netwerken, meer bereidheid om in de toekomst deel te nemen).
– Wijzigingen in organisaties (bijvoorbeeld: gewijzigde structuren, verschillende prioriteiten).
– Hoe zit het met de bredere sociale veranderingen, zoals;

  • Nieuwe groepen of organisaties opgericht.
  • Grotere publieke steun voor het programma.
  • Betere openbare diensten (bijvoorbeeld: omdat aan de behoeften effectiever is voldaan).
  • Grotere sociale cohesie (bijvoorbeeld: omdat mensen elkaar leren kennen en vertrouwen).
  • Beter bestuur (bijvoorbeeld: grotere verantwoordingsplicht van de overheid, betere informatieverstrekking).
  • Stroom, meer betrokkenheid).
  • Doorlopend leren (bijvoorbeeld: leren van het proces).

– Werden de resultaten duidelijk in kaart gebracht, en hoe werden deze gepresenteerd?
– Hoe werden reacties op de resultaten gemeten?

Verder zou men kunnen denken aan zaken als:

– Wat kunnen we identificeren om direct te verbeteren?
– Wat zijn de belangrijkste lessen die uit het proces zijn getrokken, en waarom?
– Wat moet je nooit meer doen, en waarom?
– Wat was het beste en meest succesvolle aspect van het geheel, en waarom?- Wat is de belangrijkste verandering en had de grootste impact die het proces heeft gehad, en waarom?

De bovenstaande lijst is slechts een voorbeeld, aan de hand waarvan een burgerparticipatie evaluatie kan plaatsvinden. Het staat eenieder vrij om deze naar gelieve aan te passen, of zijn eigen lijst te schrijven.

Meten = weten.